📖 You are reading the free text version. Get our mobile app for 🎧 audio narration, 💬 speaking practice, 🔄 instant translations, and 💾 vocabulary saving to enhance your learning experience.
Vandaag was er een belangrijke voetbalwedstrijd in het kleine dorpje waar ik woon. Mijn naam is Bas en ik ben de aanvoerder van het team.
We begonnen met veel energie, maar plotseling begon het hard te regenen. De bal werd glad en het was moeilijk om te rennen. Veel spelers waren bang dat ze misschien zouden vallen.
In de pauze besloten we om door te spelen. We wilden het spel graag afmaken, ook al was het lastig. De scheidsrechter zei dat niemand mocht stoppen, want de wedstrijd was belangrijk voor het dorp.
Aan het einde won ons team met één doelpunt verschil. Iedereen was nat en moe, maar ook blij. De regen maakte het spel moeilijk, maar het gaf ons ook een bijzonder gevoel van overwinning.
Na de wedstrijd gingen we naar huis om warme kleren te pakken en warme thee te drinken. Dit was een geweldige dag, omdat we samen iets hebben bereikt ondanks het slechte weer.
Vocabulary in context
soccer match
De voetbalwedstrijd was spannend.
The soccer match was exciting.
small village
Ik woon in een klein dorpje.
I live in a small village.
captain
De aanvoerder praat met het team.
The captain talks with the team.
team
Ons team won de wedstrijd.
Our team won the match.
to rain
Het begint te regenen.
It starts to rain.
slippery
De bal is glad na de regen.
The ball is slippery after the rain.
to run
We moeten snel rennen.
We have to run fast.
break
In de pauze drinken we water.
During the break we drink water.
referee
De scheidsrechter fluit voor de wedstrijd.
The referee whistles for the match.
goal
Hij scoort een doelpunt.
He scores a goal.
warm tea
Na de training drinken we warme thee.
After training we drink warm tea.
Check your understanding
Choose an answer, check it, then move to the next question.
Question 1 of 3
Keep reading