Back to Elementary (A2) stories

Unlock the Complete Learning Experience

You're reading free stories on our website. Get the mobile app for audio narration, speaking practice, vocabulary saving, personalised stories, instant translations, and progress tracking.

Download on the App StoreGet it on Google Play
Audio
Translations
Progress

De onverwachte wedstrijd in het park

Elementary (A2)
5 min read

📖 You are reading the free text version. Get our mobile app for 🎧 audio narration, 💬 speaking practice, 🔄 instant translations, and 💾 vocabulary saving to enhance your learning experience.

Het was een zonnige middag toen Sara besloot om naar het park te gaan. Ze had haar hardloopschoenen aan en wilde een paar rondjes rennen om te ontspannen.

In het park zag Sara een groep mensen bij een klein voetbalveldje. Ze stonden klaar voor een wedstrijd, maar er ontbrak een speler. Sara vroeg of ze mee kon doen. De spelers waren blij met haar aanbod.

De wedstrijd begon snel. Sara rende veel, maar ze voelde zich niet zo sterk als de anderen. Ze maakte een paar fouten en verloor soms de bal.

In de tweede helft merkte Sara dat het steeds moeilijker werd. Haar benen voelden zwaar en haar ademhaling was snel. Toch bleef ze doorgaan, omdat ze niet wilde stoppen als teamgenoot.

Toen de wedstrijd bijna voorbij was, gebeurde er iets onverwachts. Sara kreeg de bal en runde naar het doel. Ze schoot en... scoorde! Het publiek juichte.

Na de wedstrijd voelde Sara zich trots, maar ook vermoeid. Ze had niet gewonnen, maar ze had alles gegeven. Ze praatte met de andere spelers en zeiden dat het leuk was om snel een team te zijn, ook voor één middag.

Sara liep langzaam naar huis en dacht na over de dag. Soms gaat het niet om winnen, maar om proberen en plezier hebben. Ze was blij dat ze die stap had durven zetten en een nieuwe ervaring had gekregen.

Practise this Dutch story

Vocabulary in context

Important words and phrases

  • besloot om

    verb phrase

    decided to

    Ik besloot om vroeg naar huis te gaan.

    I decided to go home early.

  • naar het park te gaan

    infinitive phrase

    to go to the park

    Ze besloot naar het park te gaan.

    She decided to go to the park.

  • hardloopschoenen

    noun

    running shoes

    Mijn hardloopschoenen staan bij de deur.

    My running shoes are by the door.

  • een paar rondjes

    noun phrase

    a few laps

    Ik ren vaak een paar rondjes in het park.

    I often run a few laps in the park.

  • om te ontspannen

    infinitive phrase

    to relax

    Na het werk ga ik wandelen om te ontspannen.

    After work I go for a walk to relax.

  • wedstrijd

    noun

    match

    Morgen hebben we een wedstrijd.

    Tomorrow we have a match.

  • mee kon doen

    verb phrase

    could join in

    Ik vroeg of ik mee kon doen.

    I asked if I could join in.

  • de tweede helft

    noun phrase

    the second half

    In de tweede helft werd het moeilijker.

    In the second half, it got harder.

  • doorgaan

    verb

    to keep going

    We moeten doorgaan, ook als het moeilijk is.

    We have to keep going, even when it is hard.

  • scoorde

    verb

    scored

    Zij scoorde het winnende doelpunt.

    She scored the winning goal.

  • trots

    adjective

    proud

    Ik ben trots op mijn team.

    I am proud of my team.

  • vermoeid

    adjective

    tired

    Na de training voel ik me vermoeid.

    After training, I feel tired.

Check your understanding

Comprehension questions

Choose an answer, check it, then move to the next question.

Question 1 of 3

  1. Question 1: current not answered
  2. Question 2: not answered
  3. Question 3: not answered
Wat ontbrak er bij de wedstrijd?What was missing from the match?

Notice the language

Language notes

grammar

om te + infinitief

Use om te + infinitive to say why someone does something. It answers a purpose or reason: what for? The verb after te stays in the infinitive. Example: 'Ze ging naar het park om te rennen.' = 'She went to the park to run.' You can reuse this pattern in many situations.

  • Ze ging naar het park om te rennen.

    She went to the park to run.

Keep reading

More Elementary (A2) Stories
DutchElementary (A2)