Het is zomer en Anna gaat met haar familie naar een klein eiland.
Ze heeft een rugzak met eten en een kaart. Het eiland is mooi met veel bomen en een klein strand.
Anna wil het eiland verkennen. Ze loopt over het pad tussen de bomen. Het is warm en ze hoort vogels zingen.
Na een tijdje ziet ze iets vreemde op de grond. Het lijkt op een oude doos. Anna opent de doos en vindt daarin een kaart van het eiland en een brief.
De brief vertelt over een verborgen plek met mooie stenen. Anna wordt nieuwsgierig en volgt de kaart.
Ze loopt langs het strand en klimt over stenen. Soms is het moeilijk, maar ze geeft niet op.
Uiteindelijk komt ze bij een kleine grot. Binnen glinsteren veel gekleurde stenen op de grond.
Anna is blij, maar ze voelt zich ook een beetje bang omdat ze alleen is. Ze kijkt snel rond en neemt een steen mee als herinnering.
Op de terugweg denkt ze na over haar avontuur. Ze weet dat ze moedig was en iets bijzonders heeft gevonden.
Aan het einde van de dag zit Anna bij haar familie. Ze laat de steen zien en vertelt over haar tocht op het eiland.