X is op
Use X is op when something has run out or is no longer available. In a shop, it often means that an item is sold out. With plural nouns, use X zijn op. Example: "De melk is op.".
De melk is op.
The milk is gone.
📖 You are reading the free text version. Get our mobile app for 🎧 audio narration, 💬 speaking practice, 🔄 instant translations, and 💾 vocabulary saving to enhance your learning experience.
Mila loopt voorzichtig door de kleine supermarkt. Ze houdt haar lijstje in haar hand en kijkt naar de schappen.
Het is druk in de winkel. Mensen praten en halen spullen van de rekken. Mila voelt zich een beetje onzeker, want ze wil niet te lang duren.
Ze zoekt haar favoriete fruit, maar het is op. In plaats daarvan kiest ze appels. Dan gaat ze naar het brood. Ze ziet verschillende soorten, maar ze weet niet welke ze moet nemen.
Bij de kassa staat een lange rij. Mila twijfelt of ze iets vergeten is. Ze kijkt snel naar haar lijstje en ziet dat ze geen melk heeft gekocht.
Terwijl ze terugloopt, stoot ze bijna tegen een hond aan. Het baasje zegt sorry. Mila lacht en zegt dat het goed is.
Terug bij de kassa pakt ze haar spullen. De kassière groet haar vriendelijk en brengt alles naar een tas.
Mila voelt zich opgelucht als ze buiten staat. Ze dacht dat het moeilijk zou zijn, maar ze heeft alles gedaan wat ze wilde. De zon schijnt, en ze besluit om een beetje in het park te gaan zitten met haar appels.
Ze denkt na over de kleine keuzes in de winkel. Soms is het niet belangrijk om alles perfect te plannen. Het gaat om genieten van het moment en vertrouwen hebben in jezelf.
Mila glimlacht en eet een stuk appel. De ochtend is rustig, maar voor haar voelt het als een overwinning.
Vocabulary in context
carefully
Mila loopt voorzichtig door de winkel.
Mila walks carefully through the store.
supermarket
Ik ga naar de supermarkt.
I go to the supermarket.
list
Ze kijkt naar haar lijstje.
She looks at her list.
shelves
Ze kijkt naar de schappen.
She looks at the shelves.
things
Ze pakt haar spullen.
She takes her things.
sold out; gone
De melk is op.
The milk is gone.
apples
Ik koop appels.
I buy apples.
bread
Ik koop brood.
I buy bread.
checkout
Ze staat bij de kassa.
She stands at the checkout.
line; queue
Er staat een lange rij.
There is a long line.
bag
Ze doet de spullen in een tas.
She puts the things in a bag.
Check your understanding
Choose an answer, check it, then move to the next question.
Question 1 of 3
Notice the language
Use X is op when something has run out or is no longer available. In a shop, it often means that an item is sold out. With plural nouns, use X zijn op. Example: "De melk is op.".
De melk is op.
The milk is gone.
Keep reading