Back to Beginner (A1) stories

Unlock the Complete Learning Experience

You're reading free stories on our website. Get the mobile app for audio narration, speaking practice, vocabulary saving, personalised stories, instant translations, and progress tracking.

Download on the App StoreGet it on Google Play
Audio
Translations
Progress

De Droom van Tom en Gezonde Keuzes

Beginner (A1)
5 min read

📖 You are reading the free text version. Get our mobile app for 🎧 audio narration, 💬 speaking practice, 🔄 instant translations, and 💾 vocabulary saving to enhance your learning experience.

Tom slaapt diep in zijn bed. Hij droomt over een grote appel en een glas water.

In zijn droom voelt Tom zich sterk en blij. Hij rent in de tuin en speelt met een bal. Het lijkt alsof hij veel energie heeft.

Wanneer Tom wakker wordt, denkt hij na over zijn droom. Misschien moet hij beter eten en meer drinken. Hij gaat naar de keuken en vraagt aan zijn moeder om een appel en water.

Zijn moeder glimlacht en zegt: "Dat is een goede keuze, Tom. Gezond eten geeft je kracht."

Tom eet de appel en drinkt het water langzaam op. Later speelt hij buiten met zijn vriend, maar hij voelt zich een beetje moe.

Hij denkt: "Misschien moet ik ook eerder naar bed gaan en proberen elke dag gezond te eten."

Tom gaat naar zijn kamer en kijkt uit het raam. De zon schijnt, en hij voelt zich rustig.

Hij begrijpt dat goede gewoontes tijd nodig hebben en dat dromen soms helpen om beter te leven.

Die dag leert Tom dat kleine veranderingen een groot verschil kunnen maken, ook als het langzaam gaat.

Hij lacht en denkt aan zijn droom, waar hij sterk en vrolijk was. Misschien wordt dat echt zo, beetje bij beetje.

Practise this Dutch story

Vocabulary in context

Important words and phrases

  • slaapt diep

    verb phrase

    sleeps deeply

    De baby slaapt diep.

    The baby sleeps deeply.

  • droomt over

    verb phrase

    dreams about

    Hij droomt over een bal.

    He dreams about a ball.

  • sterk

    adjective

    strong

    Mijn broer is sterk.

    My brother is strong.

  • blij

    adjective

    happy

    Ik ben blij.

    I am happy.

  • wakker wordt

    verb phrase

    wakes up

    Tom wordt vroeg wakker.

    Tom wakes up early.

  • gezond eten

    verb phrase

    healthy eating; to eat healthily

    Gezond eten is belangrijk.

    Eating healthily is important.

  • meer drinken

    verb phrase

    drink more

    Je moet meer drinken.

    You must drink more.

  • moe

    adjective

    tired

    Na school ben ik moe.

    After school, I am tired.

  • rustig

    adjective

    calm

    Ik voel me rustig.

    I feel calm.

  • beetje bij beetje

    adverbial phrase

    little by little

    Beetje bij beetje leer ik Nederlands.

    Little by little, I learn Dutch.

Check your understanding

Comprehension questions

Choose an answer, check it, then move to the next question.

Question 1 of 3

  1. Question 1: current not answered
  2. Question 2: not answered
  3. Question 3: not answered
Wat vraagt Tom aan zijn moeder?What does Tom ask his mother for?

Notice the language

Language notes

grammar

moet + infinitief

Dutch uses moet to say that someone must, has to, or should do something. In a simple sentence, the main verb goes to the end: "Ik moet vroeg naar bed gaan." You can reuse this pattern for obligations and advice, for example: "Je moet meer drinken."

  • Ik moet vroeg naar bed gaan.

    I have to go to bed early.

  • Je moet meer drinken.

    You should drink more.

Keep reading

More Beginner (A1) Stories
DutchBeginner (A1)