Back to Beginner (A1) stories

Unlock the Complete Learning Experience

You're reading free stories on our website. Get the mobile app for audio narration, speaking practice, vocabulary saving, personalised stories, instant translations, and progress tracking.

Download on the App StoreGet it on Google Play
Audio
Translations
Progress

De Kleine Robot in Huis

Beginner (A1)
5 min read

📖 You are reading the free text version. Get our mobile app for 🎧 audio narration, 💬 speaking practice, 🔄 instant translations, and 💾 vocabulary saving to enhance your learning experience.

In een klein huis woont Emma met haar ouders. Op een dag brengt haar vader een klein robotje mee naar huis.

Emma is benieuwd en kijkt naar de robot. Het robotje kan bewegen en zegt simpele woorden zoals "Hallo" en "Speel". Emma lacht en probeert het robotje te laten dansen.

Maar al snel merkt ze dat het robotje soms rare geluiden maakt. Het stopt met bewegen en doet niets meer. Emma wordt een beetje verdrietig.

Ze vraagt haar vader om hulp. Samen kijken ze in de doos van het robotje. Ze zien dat er een klein papiertje in zit met woorden die ze niet begrijpen.

Emma denkt na. Misschien is het robotje kapot. Dan zegt haar vader: "Misschien moet de robot een nieuwe batterij krijgen."

De volgende dag koopt haar vader een nieuwe batterij. Ze stoppen die in het robotje en zetten het weer aan. Het robotje beweegt en zegt: "Hallo, Emma!"

Emma is blij, maar ze merkt dat het robotje niet altijd begrijpt wat zij zegt. Soms doet het dingen die Emma niet wil. Ze lacht en zegt: "Je bent grappig, kleine robot!"

Aan het einde van de dag speelt Emma met het robotje. Ze weet dat het robotje niet perfect is, maar het brengt plezier in huis.

Soms denkt Emma na over hoe technologie kan helpen, maar ook verrassingen kan geven. Ze vindt het leuk om te leren over het robotje, ook al begrijpt ze nog niet alles.

Practise this Dutch story

Vocabulary in context

Important words and phrases

  • robotje

    noun

    little robot

    Het robotje is klein.

    The little robot is small.

  • batterij

    noun

    battery

    We kopen een nieuwe batterij.

    We buy a new battery.

  • bewegen

    verb

    to move

    Het robotje kan bewegen.

    The little robot can move.

  • begrijpen

    verb

    to understand

    Ik begrijp het niet.

    I do not understand it.

  • helpen

    verb

    to help

    Mijn vader helpt mij.

    My father helps me.

  • blij

    adjective

    happy

    Ik ben blij vandaag.

    I am happy today.

  • verdrietig

    adjective

    sad

    Zij is verdrietig.

    She is sad.

  • kapot

    adjective

    broken

    Mijn speelgoed is kapot.

    My toy is broken.

  • aanzetten

    verb

    to turn on

    We zetten de radio aan.

    We turn on the radio.

  • dansen

    verb

    to dance

    De robot kan dansen.

    The robot can dance.

Check your understanding

Comprehension questions

Choose an answer, check it, then move to the next question.

Question 1 of 3

  1. Question 1: current not answered
  2. Question 2: not answered
  3. Question 3: not answered
Wie brengt het robotje mee naar huis?Who brings the little robot home?

Notice the language

Language notes

grammar

kan + infinitief

Use kan + an infinitive to say that someone or something is able to do something. The verb after kan stays in the infinitive form. This pattern is very useful for simple descriptions of ability, for example: Het robotje kan bewegen. and Technologie kan helpen.

  • Het robotje kan bewegen.

    The little robot can move.

  • Technologie kan helpen.

    Technology can help.

Keep reading

More Beginner (A1) Stories
DutchBeginner (A1)